BASSEKOU KOUYATÉ & NGONI BA - MIRI

Wanneer ik deze regels uittik, zijn we niet eens een week ver in het nieuwe jaar en ik ben bijzonder blij dat ik bij deze mag aankondigen dat de eerste kandidaat voor het eindejaarslijstje van 2019 de voorbije dagen haast ononderbroken op repeat heeft gedraaid ten huize H. Ik heb het nu over de nieuwe en vijfde plaat van Bassekou Kouyaté & Ngnoi Ba. “Miri” -in het Bamana betekent dat “droom” of “overpeinzing”- is een plaat over vriendschap, liefde, familie en over meer van de dingen die er, in tijden van crisis echt toe doen. Op de plaat zingt Bassekou over de reis die hij maakte naar zijn geboorteplaats Garana aan de oever van de Niger-rivier en de perfecte antipode van het drukke, lawaaiige en door verkeersopstoppingen geteisterde Bamako, waar zowat elke Malinese muzikant naartoe moet, omdat dààr nu eenmaal de dingen gebeuren, die belangrijk kunnen zijn voor de carrière van een artiest. De hele plaat is zowat de neerslag van die terugreis en van de gevoelens die dat allemaal bij hem oproept, te beginnen met het verdriet om het overlijden van zijn moeder. “Yabaré”, de song die de plaat afsluit, is een ode aan haar, de vrouw die hem en nog 12 andere kinderen het leven schonk, maar nu een leegte achterlaat die, in Bassekou’s woorden “aanvoelt alsof iemand de deur van je huis heeft weggenomen”.

De vooruitgeschoven single “Deli” handelt over echte vriendschap, die van de soort, die je voor geen geld ter wereld zou willen inruilen. In “Konya” gaat het dan weer over jaloezie, een kwaal die helaas even wijd verspreid als giftig is: families en dorpsgemeenschappen gaan er aan kapot en mensen die er vatbaar voor zijn, zien zelden de gevolgen in van de dingen die ze zeggen of doen onder druk van die jaloezie. Die song en “Wele Ni” vormen, naar mijn gevoel de kern van deze plaat. In “Wele ni” gebruikt Bassekou het beeld van een koning uit het oude Ségou, dat ooit de troonstad van de Bamana-koningen was. De koning waarover het nummer handelt, vond zichzelf zodanig interessant en belangrijk, dat hij totaal geen respect betoonde voor de mensen die hem omringden. Op het eind van zijn leven krijgt hij echter het inzicht dat hij zonder die mensen niks betekent en de parallel met het Mali van vandaag is treffend: niet eens twee maanden geleden waren er in Mali verkiezingen, die nog maar eens aantoonden hoezeer het land verdeeld is, omwille van de egoïstische manier waarop sommigen willen omgaan met de rijkdommen van het land. Op die song krijg je de stem van Abdoulaye Kouyaté te horen, een kerel waarmee Bassekou al heel lang samenwerkt en een ware legende in de Malinese muziekscene. Wat Bassekou op deze track uit zijn ngoni haalt middels het gebruik van een bottleneck, is, zeker in combinatie met de stem van Abdoulaye, van een zelden gehoorde schoonheid en bijzonder origineel. Er werkt nog meer mooi volk mee aan “Miri”:Haib Koité, bijvoorbeeld, nog één van onze lievelingen, met wie hij vorig jaar in onze Lage Landen toerde en met wie hij lang geleden samenspeelde in Toumani Diabatés Symmetric Orchestra. Habib is te gast op “Kanto Kelena”, een lied over een man die moet vaststellen dat zijn vrouw er vandoor is en die daar bepaald niet vrolijk van wordt, vooral omdat hij zich realiseert dat hij daar zelf voor gezorgd heeft.

Afel Bocoum is ook van de partij. De begeleider van wijlen Ali Farka Touré zingt in “Tabital Pulaaku” om vrede tussen de Fula, een herdersvolk en de lokale Malinese boeren : de noden van de één blijken een bedreiging voor het voortbestaan van de ander en dat is al jaren een heus probleem in Mali: die volkeren lijken elkaar niet te kunnen begrijpen. Bassekou’s nichtje Kankou doet alle koorzang op de plaat, waar ook een aantal niet-Malinezen aan meewerkten. Allemaal mensen met wie Bassekou in de loop der jaren bevriend is geraakt, zoals bij voorbeeld de Marokkaanse guimbrispeler, zanger en schrijver Majid Bekkas, die samen met Bassekou en de Duitse jazzpianist Joachim Kühn als trio optrad. Majid is te horen op opener “Kanougnon”, terwijl ex-Carolina Chocolate Drop Do Fleming percussie doet op het traditionele “Fanga”. Michael League, bij sommigen bekend van Snarky Puppy, maar recent in deze kolommen nog bewierookt omwille van de plaat die zijn nieuwe project Bokanté met het Nederlandse Metropoolorkest maakte, speelt gitaar op het al genoemde “Konya”en Casey Driessen, de bluegrass fiddler die Bassekou’s pad kruiste toen ze beiden toerden met Bela Fleck, zo’n jaar of acht geleden, speelt op de ballad “Nyame”. Ook volk uit Cuba is er, in de persoon van Yasel Gonzalez Rivera van het reggaetonduo Madera Limpia. Deze labelgenoot van Bassekou komt, in de Cubaanse jam, die “Wele Cuba” is en waarin de liefde van Afrika voor de Cubaanse muziek bezongen wordt, het Cubaanse antwoord op die liefdesverklaring inzingen.

U merkt het al: ik heb redenen te over om deze nieuwe Bassekou Kouyaté een echte topplaat te vinden. Dat ze is opgedragen aan twee van ’s mans nauwe medewerkers, die recent overleden zijn, is nog een argumentje meer: Zoumana Tereta, de man met het kleine, eensnarige luitje, aan wie ook Saba Touré vorig jaar een nummer wijdde op zijn “Wande”-plaat, overleed op 15 mei 2017 en de grote griot zanger Kasse Mady Diabaté, bekend van Songhai, ruilde dit leven voor een ander op 25 mei 2018. Dat Bassekou aan hen denkt wanneer hij een nieuwe plaat maakt, dat vind ik van grote klasse getuigen en het staat simpelweg symbool voor wat heel deze CD inhoudt: grote klasse!

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

label : Out Here records
distr. : Xango

video